Bye-Bye BI – Welkom Informatie Management

15-09-2017 - Egbert Dijkstra

In de 21e eeuw is Informatie – data – een productiemiddel. Het effectief gebruik van een productiemiddel vergt inrichting en organisatie – “informatie” vraagt om het managen van je informatie of data: kortweg: informatiemanagement. Het is een nieuw terrein – informatiemanagement als vakgebied is amper op de kaart gezet, laat staan breed geoperationaliseerd binnen organisaties. Sterker nog, het ontbreekt zelfs vaak nog nog aan “informatiebewustzijn”, het besef van de waarde van data en de noodzaak om dit domein expliciet aandacht te gaan geven.

Als, net zoals arbeid en kapitaal ook data als een productiemiddel beschouwd wordt, waarom data dan niet op een vergelijkbare manier organiseren? Des te meer als we ons realiseren dat slim gebruik van data een van de weinig overgebleven manieren is waarop een organisatie zich nog echt van de concurrentie kan onderscheiden. Dus is het hoog tijd om dit nu op te pakken – niemand kan het zich meer veroorloven dit onderwerp links te laten liggen.

De informatiemaatschappij wordt mogelijk gemaakt door een aantal elkaar versterkende ontwikkelingen. Ten eerste de steeds verder dalende kosten van data voor opslag en verwerking – deze vormen in feite geen belemmerende factor meer. Daarbij nemen public cloud gebaseerde oplossingen in toenemende mate praktische barrières weg. Met een druk op de knop kan noodzakelijke opschaling gerealiseerd worden – IT komt in toenemende mate gewoon via een stekker. In de tweede plaats is de technologische innovatie een belangrijke factor: gedistribueerde storage en processing, het Hadoop ecosysteem en de ontwikkelingen op het terrein van GPU’s voor vergaande toepassingen op het gebied van kunstmatige intelligentie (KI). In toenemende mate zijn oplossingen realiseerbaar die enkele jaren terug nog als volstrekt onmogelijk werden beschouwd, met name door het gebruik van kunstmatige intelligentie.

Ten derde wordt simpelweg steeds meer data gegenereerd, iedereen is constant on-line. Dat gaat overigens inmiddels veel verder dan inzicht in surfgedrag en daarmee in je interesses. Zonder dat veel mensen het beseffen weet Google met Mijn Tijdlijn precies waar je wanneer bent geweest de afgelopen jaren. Uit al die data is met statistische zekerheid te distilleren waar je woont, wat je graag eet, wat je in je vrije tijd doet, met welk vervoermiddel je je verplaatst – zelfs hoe hard je rijdt is uit die data-goudmijn te halen.

De toenemende connectiviteit versterkt deze ontwikkeling – onbeperkte 4G en straks 5G communicatie tegen een vast tarief zal binnenkort de standaard zijn. Meer data ontstaat ook doordat producten meer en meer voorzien worden van sensoren en door het toenemend aantal sensoren (geluidsensoren, camea’s) in het publieke domein. Op deze manier wordt steeds meer data gegenereerd, die in combinatie met andere data nieuwe inzichten kan opleveren en ingezet kan worden in services naar de afnemers of kunnen leiden tot geheel nieuwe services aan nieuwe klanten. Data vormt het hart van the-internet-of-things. De waarde van bedrijven zal in toenemende mate gebaseerd gaan worden op de (toekomstige) waarde van de data dat het bedrijf bezit of toegang toe heeft. Deze ontwikkeling heeft alle kenmerken van een echte paradigmashift.

Samenvattend, technische en financiële belemmeringen vormen steeds minder een belemmerende factor om data te genereren en te gebruiken. Organisaties kunnen door de inzet van data als een productiefactor intelligenter worden, processen worden meer data gedreven ingericht, ketenomkering waarbij de klant aan het stuur zit wordt in veel sectoren mogelijk, markten en klanten worden in toenemende mate data-gedreven op een gedifferentieerde manier benaderd.

Effectieve inzet van data gaat niet vanzelf en vraagt om nieuwe organisatieonderdelen en –structuren. Data- en meer in het algemeen informatiemanagement vormen de kern van deze ontwikkelingen. Het managen van data ontwikkelt zich in de richting van een nieuwe businessfunctie waarbij IT,  organisatie- en businessaspecten samen komen. Daarbij gaat naast de klassieke data-gerelateerde kwalitatieve aspecten ook om uiteenlopende zeken als master datamanagement, data governance, analyse, analytics, en informatiebeveiliging. Op deze manier ontwikkelt een organisatie een informatievoorzieningsfunctie die de verantwoordelijkheid heeft voor het realiseren van alle noodzakelijke randvoorwaarden om data ook echt als bedrijfsmiddel in te kunnen zetten. Deze functie is per definitie bedrijfsbreed en overstijgt daarmee de klassieke afdelings-georiënteerde structuren. Het gaat om een nieuwe verantwoordelijkheid die belegd wordt op C-level en geconcretiseerd wordt in functies als de Chief Data Officer (CDO) of Chief Analytics Officer (CAO). Ondanks de overduidelijke raakvlakken met technologie wordt deze functie bij voorkeur naast – en niet binnen – de doorgaans sterk technisch georiënteerde IT-kolom gerealiseerd. De meeste IT-afdelingen in grote organisatie zijn simpelweg nog niet klaar voor de noodzakelijke andere aanpak – de CDO zal hier zelf het voortouw in moeten nemen.

Een informatievoorzieningsfunctie impliceert een visie, een strategie, effectuering hiervan én operationeel management in een day-to-day situatie. Gegeven de snelheid waarmee de technologie innoveert, is hierbij verandering de constante factor.

Het is hoog tijd om informatiemanagement serieus in te gaan richten – en afscheid te nemen van de benauwde en beperkte termen als business Intelligence, data warehousing en dergelijke.