Was 2012 het jaar van de data-doorbaak?

01-02-2013 - Wouter van Aerle

Door: Wouter van Aerle Het zal weinig mensen waarschijnlijk zijn opgevallen: op 12 december jl. publiceerde het Financieele Dagblad een artikel met de kop ‘Toezicht op grondbeleid lastig door datatekort’. So what? zult u misschien denken. Maar het artikel is om meerdere redenen interessant. In de eerste plaats simpelweg door het gebruik van het begrip ‘data’. Hoewel je anders zou vermoeden verwijzen publicaties over data in de media relatief weinig naar de term ‘data’ zelf. Veel vaker gaat het over ‘de ICT-systemen’, ‘registraties’, ‘administraties’, ‘databanken’ of ‘gegevens’. Vaak dus ook over de systemen waarin data ligt opgeslagen en minder over de data zelf. Ten tweede spreekt het artikel over een tekort. Het gebruik van deze term geeft duidelijk uitdrukking aan het idee van data als een asset, als bedrijfsmiddel. Dit is wat in de theorie de resource based view wordt genoemd. Tenslotte valt op dat in het artikel zelf nergens over data wordt gesproken! Integendeel, er wordt over ‘informatie’ gesproken en uit de context valt op te maken dat met het begrip ‘informatie’ ook geïnterpreteerde data wordt bedoeld. Bovendien komt het vermeende tekort niet verder aan de orde. Hier lijkt eerder sprake van pluggen: het verpakken van een boodschap in een ander kader (je kan je overigens afvragen of de redactie dit bewust heeft gedaan). Mijn indruk is dat dit laatste eerder een gevolg is van de toenemende aandacht voor data en specifiek Big Data. Wat dat betreft was het opvallend dat zowel de NRC als het Financieele Dagblad najaar 2012 een uitgebreid artikel wijdde aan Big Data. Daarmee is het data-begrip in ieder geval geïntroduceerd aan een ‘big’ publiek. Nog vaak gaat de discussie echter over de negatieve kanten of nadelen van data, met name in de context van privacy en security. Ontegenzeggelijk zijn dit essentiële eigenschappen waar nog te weinig over bekend is en teveel mee mis gaat. Maar dat is maar één kant van de balans. Aan de andere kant hoort de discussie over de opportunity costs van het niet managen van data en de benefits wanneer data succesvol als middel wordt ingezet. Het is tekenend dat de economische berichtgeving over organisaties en bedrijven altijd over die andere twee assets gaan: medewerkers en kapitaal. Het succes of falen van een organisatie wordt vaak toegeschreven aan die ene investering of overname, het management of de kwaliteit van en kwantiteit aan medewerkers. De rol van data is nergens terug te vinden. Een belangrijke vraag is natuurlijk of die rol er dan wel is (of was…). Om die vraag te kunnen beantwoorden zijn objectieve instrumenten nodig om de kwantiteit en kwaliteit van data in uit te drukken waarmee ook een vergelijking tussen organisaties mogelijk wordt. Die instrumenten zijn er alleen niet. Ja, we kunnen de omvang van data uitdrukken in terabytes maar dat is net zo iets als het uitdrukken van de hoeveelheid medewerkers in lichaamscellen. Kansloos en nutteloos. Ook hier zie je dat dit soort instrumenten wel bestaan voor kapitaal en medewerkers. IFRS-regels zorgen bijvoorbeeld voor een eenduidigheid in de financiële verslaggeving waardoor balansen en winst- en verliesrekeningen vergelijkbaar worden tussen organisaties. Ook voor medewerkers en mensen bestaan instrumenten als MBTI-profielen van mensen of het uitdrukken van aantal medewerkers in FTE’s.

Om de rol en toegevoegde waarde van data beter te begrijpen zijn soortgelijke instrumenten nodig. Dat vergt onderzoek en verdieping, zowel vanuit de theorie en de wetenschap als de praktijk. Wat dat betreft is het bemoedigend om te zien dat aandacht voor data in de publieke media toeneemt.